|
Introductie.
Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat ik samen
met Martin PA3AWG de akte tekende, waarmee de oprichting van
PWGN een feit werd. Daaraan was heel wat vooraf gegaan en er
zou ook nog heel wat op ons afkomen, maar daar hadden we
toen nog geen weet van. Ik wil in vogelvlucht de afgelopen
10 jaar beschrijven, zonder daarbij al teveel in te gaan op
details. Die details zijn ingewijden best bekend en voor
hen, die niet de gehele geschiedenis van PWGN kennen, zijn
ze vaak niet echt interessant. Laten we ons beperken tot de
stromingen binnen het radiocommunicatiewereldje en de
verschillende tendensen, die zich hebben afgetekend.
Een nog altijd gestelde vraag is: Waarom moest er nu een
aparte Vereniging komen voor Packet radio c.q.
radiodatacommunicatie?
Wat ging er vooraf aan de oprichting van PWGN?
Sinds de
eerste experimenten met packet radio op de amateur-banden is
er altijd behoefte geweest aan samenwerking omdat in je
eentje communiceren ondoenlijk is. Al dat soort experimenten
waren 'point-to-point' verbindingen, grotendeels op 2 meter.
Van netwerken of een structuur bij dat soort verbindingen
was nog geen sprake. Dat werd pas interessant, toen de
mogelijkheid ontstond om berichten van en voor elkaar te
kunnen opslaan om later te worden gelezen (mailbox-systemen)
en er opstellingen geconstrueerd werden, waarbij pakketten
van het ene station, via een tussenstation (digipeater) naar
het andere station gestuurd konden worden. In beide gevallen
was het essentieel, dat zowel een store- en forwardstation
(mailbox), als een datarepeater (digi) een (semi) permanent
karakter kregen en als zodanig ook herkenbaar moesten zijn
voor de 'klanten' = gebruikers van packet radio. Op louter
privé-initiatieven werden de eerste vaste verbindingen
gelegd en dat voornamelijk tussen de mailboxen, zodat ze
berichten over een groter verspreidingsgebied konden
uitwisselen. Dat 'forwarden' geschiedde vaak op de lokale
frequenties van de mailboxen, die beperkt waren tot een
3-tal frequenties 144.625/144.650/144.675. Dat gaf
natuurlijk de nodige ellende: collisions, hidden-node-effecten,
packet-DX etc.
Het gegeven
dat packet radio feitelijk een NETWERK systeem is en er dan
dus ook sprake moet zijn van een netwerkstructuur, werd door
een redelijk groot aantal stations onderschat en genegeerd.
Waardoor afscheidingen en losse onsamenhangende stukjes
netwerk ontstonden, ieder met hun eigen opzet en filosofie.
Omdat het zonder coördinatie niet verder kon gaan, kwamen
reeds in een vroeg stadium (medio 80-er jaren) kopstukken
van het eerste uur bij elkaar, om te komen tot EEN
grondgedachte achter het pakketgebeuren en coördinatie van
linken. Alhoewel zeer vele amateurs, maar ook instellingen
als Verenigingen van Radiozendamateurs en officiële
instanties, packet radio als een soort modegril zagen, gaf
met name de VERON toch de mogelijkheid om samenkomsten te
organiseren binnen een soort werkgroep, die PRWG (Packet
Radio Werk Groep) genoemd werd. Binnen die groep zijn de
plannen gesmeed om een netwerkstructuur aan te brengen op
23cm en te proberen gebruikers zoveel mogelijk naar 70cm te
laten verhuizen, waar veel meer ruimte was ingericht voor
packet radio en later hogere snelheden konden worden getest.
Dat resulteerde uiteindelijk in het zogenaamde 'PLAN 89',
hetgeen als zodanig ook is verspreid onder de packeteers,
Verenigingen en het Ministerie van V & W.
Dat plan
bleek een goed uitgangspunt te zijn, maar niet iedere sysop
kon zich ermee verenigen en menigeen moest nog over de
streep gehaald worden om mee te doen. Ondanks de bekendheid
met het Plan89, bleven verschillende stromingen actief en
was het moeilijk om alle sysop neuzen dezelfde kan op te
laten wijzen. Met name het feit dat alle interlinken weg
moesten van 2m en 70cm en moesten verkassen naar 23cm,
stuitte op grote (vaak financiële) bezwaren en het probleem
ontstond, dat nu niet meer in het wilde weg linken konden
worden opgezet, maar gecoördineerde samenwerking een
noodzaak werd. Dat werd niet door iedere sysop zo gezien
daar kon alleen een sterke organisatie van welwillenden
uitkomst bieden. Duidelijk werd, dat de realisatie van
Plan89 veel geld, tijd en energie zou gaan kosten en de
initiatiefnemers van PRWG realiseerden zich heel goed dat
1 reeds bestaande Vereniging onmogelijk in slechts 1
aspect van de radiohobby zoveel energie zou kunnen steken,
zonder andere takken van de radiohobby te kort te doen.
Daarop werd unaniem besloten om een aparte Vereniging in het
leven te roepen, die zich uitsluitend met
radiodatacommunicatie , coördinatie en sponsering daarvan,
zou gaan bezighouden.
Dat in
nauwe samenwerking met de reeds bestaande Verenigingen Veron
en VRZA, die het Algemene belang behartigen van de
radiozendamateurs, ook richting Ministerie van V&W. De PWGN
is dus ontstaan met medeweten en instemming van de reeds
bestaande Amateurverenigingen en was en is dus absoluut geen
concurrent van, maar veeleer een aanvulling op, de bestaande
Verenigingen. Het is dan inmiddels 14 juni 1991 geworden en
daarmee ben ik weer terug bij het begin van mijn betoog: Bij
de notaris om de handtekening te zetten onder de akte van
PWGN.
Hoe ging het verder na de oprichting van PWGN?
Moeilijk,
moeilijk, moeilijk , dat was wel kenmerkend voor de start
van PWGN en de eerste bijeenkomsten in 'de oude Tram' in
Amersfoort hebben heel wat heftige discussies en verschillen
van mening te verduren gehad. Toch werd het steeds
duidelijker dat een gecoördineerde samenwerking van alle
sysops de enige weg was om tot een landelijk netwerk te
komen, wat aansluiting kon vinden bij ons omringende landen.
Daar speelden overigens dezelfde soort problemen het is ook
niet zo verwonderlijk, dat destijds vaak internationaal
overleg plaatsvond met soortgeaarde instellingen als PWGN.
Toch had ieder land zo zijn eigen opzet van een netwerk en
ook toen al waren er verschillende soorten software in
omloop en gebruik, die niet altijd 100% compatibel met
elkaar waren ......
Dat
probleem kennen we overigens na 10 jaar ploeteren nog
steeds. Laten we anderzijds niet vergeten dat het
Nederlandse amateur-netwerk volledig betaald wordt door de
systeembeheerders zelf en dat er buiten de PWGN nauwelijks
of geen sponsering plaats vindt! Het is niet altijd onwil
van een sysop om over te stappen op andere hardware of
software. Vaak ligt het probleem ook op financieel en
intellectueel vlak. Met dat laatste bedoel ik dat de
configuratie van softwarepakketten en het uittesten van een
nieuw stukje software steeds ingewikkelder wordt. Het zal
eenieder opgevallen zijn, dat er voornamelijk gesproken
wordt over sysops en dat gebruikers ogenschijnlijk niet aan
bod kwamen. Schijn bedriegt en de gebruikers van de
packetradiosystemen hebben wel degelijk hun rol gespeeld bij
het totstandkomen van het systeem, zoals er dat nu ligt.
Alleen was het van wezenlijk belang dat EERST de sysops 1
front vormden, voordat de algemene aspecten van
radiodatacommunicatie konden worden aangepakt. Tot nu toe
waren er 2 soorten systemen met bijbehorende BT's (Bijzondere
Toestemming) en roepnamen.
Op de
eerste plaats zijn er de PI1-stations, de netwerkcomponenten
en daarnaast de PI8-stations, de applicaties PI8-stations
maken voor het koppelen van hun activiteiten gebruik van de
linken, die door de PI1-stations worden verzorgd. Logisch is
dan ook dat elke applicatie een applicatielink heeft naar de
dichtstbijzijnde Node om het netwerk op te kunnen komen en
zo data te kunnen uitwisselen met de naastgelegen
applicatie. Dus zomaar een mailbox of DXCluster opzetten
zonder een (hidden) link naar een node is niet mogelijk. Dat
heeft heel wat voeten in de aarde gehad om dat ook
daadwerkelijk te realiseren. Immers het opzetten of
instandhouden van een applicatie impliceert tevens de aanleg
van een 23cm-station voor het linken en dat kost geld, tijd
en energie. Laten we wel zijn: node-software en
applicatiesoftware zijn twee totaal verschillende zaken en
het combineren van die twee viel niet iedereen even
gemakkelijk en sommigen hadden daarbij steun nodig. (hard-
softwarematig en soms financieel/in natura) Laten we toch
even de PI1- en de PI8-sytemen onder de loupe nemen:
NODES.
Wanneer we
de ontwikkeling van de domme digipeaters van het eerste uur
volgen tot aan de gecompliceerde node-systemen van 2001,
kunnen we rustig stellen dat zich daar, binnen korte tijd,
een ware revolutie heeft voltrokken. In eerste instantie
werden pakketten domweg heruitgezonden zonder enige vorm van
controle, zodat een pakket na verloop van tijd volledig
corrupt kon zijn. Routeringen, nodelijsten etc waren er niet
en alleen de handige gebruiker wist slinks door het gehele
land te komen door ZELF te weten welke digi's hij moest
opsommen in zijn uitgezonden pakket om bij zijn
correspondent te kunnen komen. De komst van NETROM bracht
daar verandering in doordat dat systeem al veel
intelligenter was, nodelijsten en routes kende en de
gebruiker nu direct de eindnode kon aangeven zonder zich
druk te hoeven maken welke andere nodes er bij zijn data-uitwisseling
betrokken waren.
Netrom
controleerde de aangeboden pakketten WEL op juistheid en was
er ergens iets niet in orde, werd om herhaling van het
pakket gevraagd, net zo lang tot het WEL goed werd opgenomen
en kon worden doorgestuurd naar de volgende node. Netrom was
een dure optie omdat het puur commercieel was en een $100
kostte per eprom. Voor meerdere linken ging dat dus aardig
in de papieren lopen en het duurde ook niet lang voordat het
systeem 'gekraakt' werd en algemeen toegepast kon worden.
Toch was Netrom redelijk statisch en had vele beperkingen.
TCP/IP? Nooit van gehoord. Later zijn daar verbeteringen op
gekomen en daarnaast werden andere softwarepakketten
ontwikkeld met meer mogelijkheden, alhoewel daar vaak een
extra PC bij nodig was. We denken daarbij aan THENET, ROSE,
RMNC, FPACK, NETCHL etc. In Nederland kwam Netchl meer en
meer in zwang en bood vrijwel alle opties, die destijds
gewenst waren. In ons omringende landen werden andere
pakketten verder uitontwikkeld en zolang alle software nu
maar met elkaar compatibel blijft, is daar ook niets op
tegen. Het was en blijft een EXPERIMENTEEL netwerk op
amateur-basis. Naast de interlinken beschikt iedere node
over een of meerdere lokale opstappunten voor gebruikers. In
eerste instantie werd daar alom 1200 baud als
transmissiesnelheid gebruikt. (op de backbone op 23cm vaak
4800 baud en in een exceptioneel geval 9600 baud)
Op 2 meter
waren lap's uit den boze en derhalve konden experimenten met
hogere baudrate's uitgevoerd worden op 70cm en 23cm,
alhoewel 23cm nooit echt uit de verf is gekomen. Waar het
interlink netwerk (waar de duplex methode werd toegepast -
1240/1290 MHz) redelijk gecoördineerd werd, ontstonden toch
problemen op de lokale accesfrequenties, die er uiteindelijk
toe geleid hebben dat er een gemeenschappelijk plan tot
aanpassing is opgezet in samenwerking met Veron/VRZA:
70cm-PLAN97. Na vele beraadslagingen en overleg werd
uiteindelijk een opzet gevonden, waar (vrijwel) iedereen mee
kon leven en het besluit viel dan ook om het plan uit te
gaan voeren.
Heel
Nederland stond even op zijn kop en gekerm en gejammer was
niet van de lucht, maar TOCH is het plan tenslotte succesvol
uitgevoerd en nu, anno 2001, weten we niet beter en kunnen
er mee werken. Tegelijkertijd werden plannen voor 2 meter en
23cm gerealiseerd, waarbij het effect op 2 meter veruit het
grootst was omdat ook daar nu een goede spreiding van de
lokale poorten mogelijk werd en onderlinge storing of
beïnvloeding tot een minimum beperkt werd. Naarmate de
techniek voortschreed en apparatuur gebouwd kon worden om
met hogere data-rate's de netwerkonderdelen met elkaar te
kunnen verbinden, steeg ook het aantal nodes in de
nodelijsten en is het voor de gebruikers steeds simpeler
geworden om met ver weg gelegen stations een verbinding te
maken. Daaraan gepaard ging de verdere uitontwikkeling van
de nodesoftware en zien we nu heel andere systemen dan in
het begin van de netwerkopzet. Met name Flexnet en Xnet en
niet te vergeten AX, van eigen bodem, zijn veelgebruikte
softwarepakketten, waarbij Netrom, Netchl etc. het veld
hebben moeten ruimen omdat de nu beschikbare versies daarvan,
niet meer bestand zijn tegen de massa's data en nodes in het
systeem. Ongetwijfeld zullen in de naaste toekomst weer
nieuwe hard- en software pakketten het leven zien en zal ook
daarmee worden geëxperimenteerd.
Het streven
naar steeds snellere interlinken en lokale poorten waar de
gebruiker met hoge snelheid zijn data van het netwerk kan
halen staat nog steeds hoog in het vaandel van PWGN, die
zich er nu al 10 jaar voor inzet om dat doel voor iedereen
bereikbaar te maken.
APPLICATIES.
Aanvankelijk was er slecht 1 applicatie, waarmee in feite
packet radio begonnen was en die al voordat er sprake was
van een amateur-netwerk volop actief was: de Mailbox.
Mailboxen in vele soorten en maten en wie herinnert zich
niet de eerste systemen, die op een Commodore 64 liepen,
snel gevolgd door de eerste systemen op een echte PC (rli
mbl etc) Ging het er in eerste instantie om, om een bericht
tijdelijk lokaal op te slaan, zodat de geadresseerde het op
een later tijdstip kon ophalen en lezen, wat later bleek de
optie om het bericht van mailbox tot mailbox te
transporteren tot het zijn eindbestemming bereikte, minstens
even interessant en nu weten we niet beter. Aanvankelijk
verliep de forwarding op initiatief van de mailbox of bbs,
waar het oorspronkelijke bericht in was gedropt, die via
vaak ingewikkelde en omslachtige forward-scripts trachtte om
een bericht op de bestemming te laten aankomen. In
combinatie met digipeaters ontstond zo een soort mailbox-netwerk,
wat redelijk onafhankelijk functioneerde naast het
digipeaternetwerk in oprichting.
PWGN heeft
zijn invloed en overredingskracht ingezet om daar
verandering in aan te brengen en er voor te zorgen dat het
forwardsysteem werd aangepast. Veel beter was het in een
later stadium om gebruik te maken van de binnen het netwerk
bekende routes en nodes, om niet zelf te trachten een
collega bbs te bereiken, maar dat te doen volgens de
hop-to-hop-methode, waarbij de ene mailbox zijn bericht
slechts doorstuurt naar de daarvoor in aanmerking komende
buur-mailbox, via netwerkroutes. Uiteindelijk belandt het
bericht dan in de bbs van bestemming, zonder dat alle
mailboxen hun eigen scripts laten lopen. Dat bleek goed te
werken. Bij de meeste nodes is nu een mailbox in de directe
omgeving te vinden en vaak zijn de mailboxen en nodes
geconcentreerd op 1 locatie, zodat ze simpel gekoppeld
kunnen worden.
Nu zijn
langzamerhand de mailboxen ware databanken geworden, waar
niet alleen een persoonlijk berichtje kan worden
uitgewisseld, maar waar ook berichten met nuttige informatie
voor eenieder worden verwerkt en wereldwijd verspreid kunnen
worden. Daarnaast bestaan er nog vele opties, zoals het
on-line raadplegen van satellietdata, gebruikersgegevens en
niet op de laatste plaats bevatten de meeste mailboxen nu
een schat aan programmatuur, die (binair) die door de
gebruikers op te halen is. Dat soort bestanden beslaat vaak
honderden megabytes en is een bron van informatie voor de
gebruiker, die niet zelf elders een programma moet gaan
zoeken of een update op een bestaand programma.
Helaas
ondervindt packet radio een geduchte concurrent in het
internet, maar velen zijn hun home-mailbox trouw gebleven en
putten daar hun informatie uit. In de loop van de jaren
hebben we heel wat systemen de revue zien passeren, elk met
hun eigen voor- en nadelen. Momenteel zien we toch een
Systeem, wat het wereldwijd 'gemaakt' heeft: F6FBB en de
ontwikkeling daarvan gaat nog steeds verder. Een tweede
applicatie is DXCluster, van origine uit de USA overgewaaid,
aan de kant gegooid om later weer opgepakt te worden. Een
systeem, wat voor de ras-Dx'er een uitkomst biedt bij zijn
zoektocht naar exotische of gewilde stations, op welke band
dan ook. Feitelijk is DXCluster een 'on-line' bbs, die
telkens 1 regel met data doorstuurt naar de volgende
DXclusters, daarbij gebruik makend van de routeringen in het
netwerk. Als gebruiker log je in en daarna ontvang je DX
meldingen zodra die door het systeem worden ontvangen. Een
adequaat filtersysteem, door de gebruiker zelf in te stellen.
Draagt er zorg voor dat de gebruiker alleen die info krijgt,
die hij ook wenst.
Naast de
originele software, die ook weer tegen grof geld moest
worden gekocht in de USA, zijn er momenteel een aantal
systemen actief, waarbij de kosten nagenoeg nihil zijn: CLX
en Clusse zijn de meest gebruikte. Echt indrukwekkende
ontwikkelingen in het systeem of de software, zoals die
plaatsgevonden hebben bij de reguliere store- en
forward-mailbox-systemen zijn hier nauwelijks te melden en
inmiddels draait het systeem al jaren stabiel met een handje
vol DXclusters voor heel Nederland. Een verdere toepassing,
die nu actueel is, is een mix van netwerksysteem en
applicatie: APRS. Ook weer een oud systeem, wat na eerst aan
de kant te zijn gegooid als 'niet interessant', nu weer
volop in de belangstelling staat. Dat mede door de betere
verkrijgbaarheid van GPS-units, die voor mobiel gebruik
onontbeerlijk zijn.
Bij APRS
wordt via een min of meer flexibel digipeatersysteem de
positie (met eventueel wat extra data) van een mobiel
station doorgestuurd binnen het fluctuerende netwerk.
Geschikte software zorgt er voor dat die positie netjes op
een kaart wordt ingevuld en voor een toeschouwer is dan het
verloop van de reis van het mobiele station mooi te volgen.
Jammer dat er zo weinig mobiele stations zijn en de meeste
stations, die op de kaart verschijnen, vaste stations zijn.
In de loop van de komende jaren zullen er naar alle
waarschijnlijkheid voldoende goedkope GPS-units beschikbaar
komen om meer stations mobiel te activeren of heeft straks
elke auto standaard een GPS-systeem ingebouwd en kan daar
simpel een amateursetje aan gekoppeld worden ??? Wie weet is
dat het eind van de lol... Momenteel is er echter nog volop
te ontwikkelen en wordt de programmatuur steeds fraaier. Ook
kleine zelfbouwsetjes zijn alom verkrijgbaar en in gebruik.
TENSLOTTE.
Ik ben me
ervan bewust een aantal zaken niet belicht te hebben, met
name TCPIP, LINUX mogelijkheden en pakketten als JNOS etc
... Daarnaast ben ik bewust niet nader ingegaan op de
ongelooflijke groei in ontwikkeling van gebruikerspakketten
voor packet-signalen. Dat zou veel te ver gevoerd hebben.
Meer is aangegeven welke trends er de afgelopen 10 jaar
geweest zijn en wat daarin in vele gevallen begeleid is door
PWGN.
PWGN staat
nog steeds voor ondersteuning en promotie van alle digitale
datacommunicatie en voorlopig zijn we wat dat betreft nog
lang niet aan het eind van ons Latijn. Digitale Radio heeft
de toekomst, al kan het best zo zijn, dat op langere termijn
deze vorm van radio geïntegreerd gaat worden in een van de
standaardverenigingen omdat het als logisch onderdeel van de
radiohobby gezien gaat worden. Dat was aanvankelijk zeker
niet zo! Vele experimenteerders van het eerste uur zijn voor
volslagen gekken uitgemaakt, totdat bleek dat er wel
degelijk heel wat mogelijk was met digitale
radiocommunicatie. Als we de kaart van PLAN89 goed bekijken,
zien we dat we dat plan nog steeds niet ten volle uitgevoerd
hebben en dat het netwerk nog niet landdekkend is. Dat
zullen we toch als einddoel in het oog moeten blijven houden.
Dat niet alle delen van Nederland bereikbaar zijn ligt vaak
aan het feit dat er geen of weinig lokale activiteit is in
zo'n gebied en dat ondanks het feit dat PWGN best wel wil
sponsoren, er niets te sponsoren valt.
Binnen de
gelederen van PWGN is de afgelopen 10 jaar een berg werk
verzet en zonder namen te moeten noemen, weten we allemaal
wel wie zich voor het goede doel hebben ingezet en dat
zullen blijven doen. Veel sysops hebben dermate veel
geïnvesteerd in hun systeem dat ze het als een eigen kind
zijn gaan beschouwen en dat niet willen loslaten. Daar ligt
dan ook de gelegenheid om het totaalsysteem verder uit te
werken tot een gesmeerde machine. Mede namens het huidige
bestuur, dank ik alle ex-bestuursleden voor hun inzet de
afgelopen 10 jaar en datzelfde geldt voor iedereen, die zich
binnen de vereniging actief met het netwerk en zijn
applicaties heeft bezig gehouden. Laten we er met zijn allen
voor zorgen dat het doel wat we in 1991 hebben gesteld
binnen afzienbare tijd gehaald gaat worden: Een naar de
stand van de techniek goed landdekkend netwerk met adequate
applicaties, waar elke radioamateur naar zijn genoegen mee
kan werken.
Hans Weijers. PA0HWB.
|