HWB

Digital Ham Radio Communications and Applications

DATA

HWBDATA

 

Home
Aktiviteiten
ECHOLINK
DSTAR
PWGN

 

 

1991 - "10 Jaar PWGN" - 2001

Hoe het begon en verder ging

Introductie.

Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat ik samen met Martin PA3AWG de akte tekende, waarmee de oprichting van PWGN een feit werd. Daaraan was heel wat vooraf gegaan en er zou ook nog heel wat op ons afkomen, maar daar hadden we toen nog geen weet van. Ik wil in vogelvlucht de afgelopen 10 jaar beschrijven, zonder daarbij al teveel in te gaan op details. Die details zijn ingewijden best bekend en voor hen, die niet de gehele geschiedenis van PWGN kennen, zijn ze vaak niet echt interessant. Laten we ons beperken tot de stromingen binnen het radiocommunicatiewereldje en de verschillende tendensen, die zich hebben afgetekend.

Een nog altijd gestelde vraag is: Waarom moest er nu een aparte Vereniging komen voor Packet radio c.q. radiodatacommunicatie?

Wat ging er vooraf aan de oprichting van PWGN? 

Sinds de eerste experimenten met packet radio op de amateur-banden is er altijd behoefte geweest aan samenwerking omdat in je eentje communiceren ondoenlijk is. Al dat soort experimenten waren 'point-to-point' verbindingen, grotendeels op 2 meter. Van netwerken of een structuur bij dat soort verbindingen was nog geen sprake. Dat werd pas interessant, toen de mogelijkheid ontstond om berichten van en voor elkaar te kunnen opslaan om later te worden gelezen (mailbox-systemen) en er opstellingen geconstrueerd werden, waarbij pakketten van het ene station, via een tussenstation (digipeater) naar het andere station gestuurd konden worden. In beide gevallen was het essentieel, dat zowel een store- en forwardstation (mailbox), als een datarepeater (digi) een (semi) permanent karakter kregen en als zodanig ook herkenbaar moesten zijn voor de 'klanten' = gebruikers van packet radio. Op louter privé-initiatieven werden de eerste vaste verbindingen gelegd en dat voornamelijk tussen de mailboxen, zodat ze berichten over een groter verspreidingsgebied konden uitwisselen. Dat 'forwarden' geschiedde vaak op de lokale frequenties van de mailboxen, die beperkt waren tot een 3-tal frequenties 144.625/144.650/144.675. Dat gaf natuurlijk de nodige ellende: collisions, hidden-node-effecten, packet-DX etc. 

Het gegeven dat packet radio feitelijk een NETWERK systeem is en er dan dus ook sprake moet zijn van een netwerkstructuur, werd door een redelijk groot aantal stations onderschat en genegeerd. Waardoor afscheidingen en losse onsamenhangende stukjes netwerk ontstonden, ieder met hun eigen opzet en filosofie. Omdat het zonder coördinatie niet verder kon gaan, kwamen reeds in een vroeg stadium (medio 80-er jaren) kopstukken van het eerste uur bij elkaar, om te komen tot EEN grondgedachte achter het pakketgebeuren en coördinatie van linken. Alhoewel zeer vele amateurs, maar ook instellingen als Verenigingen van Radiozendamateurs en officiële instanties, packet radio als een soort modegril zagen, gaf met name de VERON toch de mogelijkheid om samenkomsten te organiseren binnen een soort werkgroep, die PRWG (Packet Radio Werk Groep) genoemd werd. Binnen die groep zijn de plannen gesmeed om een netwerkstructuur aan te brengen op 23cm en te proberen gebruikers zoveel mogelijk naar 70cm te laten verhuizen, waar veel meer ruimte was ingericht voor packet radio en later hogere snelheden konden worden getest. Dat resulteerde uiteindelijk in het zogenaamde 'PLAN 89', hetgeen als zodanig ook is verspreid onder de packeteers, Verenigingen en het Ministerie van V & W. 

Dat plan bleek een goed uitgangspunt te zijn, maar niet iedere sysop kon zich ermee verenigen en menigeen moest nog over de streep gehaald worden om mee te doen. Ondanks de bekendheid met het Plan89, bleven verschillende stromingen actief en was het moeilijk om alle sysop neuzen dezelfde kan op te laten wijzen. Met name het feit dat alle interlinken weg moesten van 2m en 70cm en moesten verkassen naar 23cm, stuitte op grote (vaak financiële) bezwaren en het probleem ontstond, dat nu niet meer in het wilde weg linken konden worden opgezet, maar gecoördineerde samenwerking een noodzaak werd. Dat werd niet door iedere sysop zo gezien daar kon alleen een sterke organisatie van welwillenden uitkomst bieden. Duidelijk werd, dat de realisatie van Plan89 veel geld, tijd en energie zou gaan kosten en de initiatiefnemers van PRWG realiseerden zich heel goed dat 1 reeds bestaande Vereniging onmogelijk in slechts 1 aspect van de radiohobby zoveel energie zou kunnen steken, zonder andere takken van de radiohobby te kort te doen. Daarop werd unaniem besloten om een aparte Vereniging in het leven te roepen, die zich uitsluitend met radiodatacommunicatie , coördinatie en sponsering daarvan, zou gaan bezighouden. 

Dat in nauwe samenwerking met de reeds bestaande Verenigingen Veron en VRZA, die het Algemene belang behartigen van de radiozendamateurs, ook richting Ministerie van V&W. De PWGN is dus ontstaan met medeweten en instemming van de reeds bestaande Amateurverenigingen en was en is dus absoluut geen concurrent van, maar veeleer een aanvulling op, de bestaande Verenigingen. Het is dan inmiddels 14 juni 1991 geworden en daarmee ben ik weer terug bij het begin van mijn betoog: Bij de notaris om de handtekening te zetten onder de akte van PWGN. 

Hoe ging het verder na de oprichting van PWGN? 

Moeilijk, moeilijk, moeilijk , dat was wel kenmerkend voor de start van PWGN en de eerste bijeenkomsten in 'de oude Tram' in Amersfoort hebben heel wat heftige discussies en verschillen van mening te verduren gehad. Toch werd het steeds duidelijker dat een gecoördineerde samenwerking van alle sysops de enige weg was om  tot een landelijk netwerk te komen, wat aansluiting kon vinden bij ons omringende landen. Daar speelden overigens dezelfde soort problemen het is ook niet zo verwonderlijk, dat destijds vaak internationaal overleg plaatsvond met soortgeaarde instellingen als PWGN. Toch had ieder land zo zijn eigen opzet van een netwerk en ook toen al waren er verschillende soorten software in omloop en gebruik, die niet altijd 100% compatibel met elkaar waren ...... 

Dat probleem kennen we overigens na 10 jaar ploeteren nog steeds. Laten we anderzijds niet vergeten dat het Nederlandse amateur-netwerk volledig betaald wordt door de systeembeheerders zelf en dat er buiten de PWGN nauwelijks of geen sponsering plaats vindt! Het is niet altijd onwil van een sysop om over te stappen op andere hardware of software. Vaak ligt het probleem ook op financieel en intellectueel vlak. Met dat laatste bedoel ik dat de configuratie van softwarepakketten en het uittesten van een nieuw stukje software steeds ingewikkelder wordt. Het zal eenieder opgevallen zijn, dat er voornamelijk gesproken wordt over sysops en dat gebruikers ogenschijnlijk niet aan bod kwamen. Schijn bedriegt en de gebruikers van de packetradiosystemen hebben wel degelijk hun rol gespeeld bij het totstandkomen van het systeem, zoals er dat nu ligt. Alleen was het van wezenlijk belang dat EERST de sysops 1 front vormden, voordat de algemene aspecten van radiodatacommunicatie konden worden aangepakt. Tot nu toe waren er 2 soorten systemen met bijbehorende BT's (Bijzondere Toestemming) en roepnamen. 

Op de eerste plaats zijn er de PI1-stations, de netwerkcomponenten en daarnaast de PI8-stations, de applicaties PI8-stations maken voor het koppelen van hun activiteiten gebruik van de linken, die door de PI1-stations worden verzorgd. Logisch is dan ook dat elke applicatie een applicatielink heeft naar de dichtstbijzijnde Node om het netwerk op te kunnen komen en zo data te kunnen uitwisselen met de naastgelegen applicatie. Dus zomaar een mailbox of DXCluster opzetten zonder een (hidden) link naar een node is niet mogelijk. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad om dat ook daadwerkelijk te realiseren. Immers het opzetten of instandhouden van een applicatie impliceert tevens de aanleg van een 23cm-station voor het linken en dat kost geld, tijd en energie. Laten we wel zijn: node-software en applicatiesoftware zijn twee totaal verschillende zaken en het combineren van die twee viel niet iedereen even gemakkelijk en sommigen hadden  daarbij steun nodig. (hard- softwarematig en soms financieel/in natura) Laten we toch even de PI1- en de PI8-sytemen onder de loupe nemen: 

NODES.

Wanneer we de ontwikkeling van de domme digipeaters van het eerste uur volgen tot aan de gecompliceerde node-systemen van 2001, kunnen we rustig stellen dat zich daar, binnen korte tijd, een ware revolutie heeft voltrokken. In eerste instantie werden pakketten domweg heruitgezonden zonder enige vorm van controle, zodat een pakket na verloop van tijd volledig corrupt kon zijn. Routeringen, nodelijsten etc waren er niet en alleen de handige gebruiker wist slinks door het gehele land te komen door ZELF te weten welke digi's hij moest opsommen in zijn uitgezonden pakket om bij zijn correspondent te kunnen komen. De komst van NETROM bracht daar verandering in doordat dat systeem al veel intelligenter was, nodelijsten en routes kende en de gebruiker nu direct de eindnode kon aangeven zonder zich druk te hoeven maken welke andere nodes er bij zijn data-uitwisseling betrokken waren. 

Netrom controleerde de aangeboden pakketten WEL op juistheid en was er ergens iets niet in orde, werd om herhaling van het pakket gevraagd, net zo lang tot het WEL goed werd opgenomen en kon worden doorgestuurd naar de volgende node. Netrom was een dure optie omdat het puur commercieel was en een $100 kostte per eprom. Voor meerdere linken ging dat dus aardig in de papieren lopen en het duurde ook niet lang voordat het systeem 'gekraakt' werd en algemeen toegepast kon worden. Toch was Netrom redelijk statisch en had vele beperkingen. TCP/IP? Nooit van gehoord. Later zijn daar verbeteringen op gekomen en daarnaast werden andere softwarepakketten ontwikkeld met meer mogelijkheden, alhoewel daar vaak een extra PC bij nodig was. We denken daarbij aan THENET, ROSE, RMNC, FPACK, NETCHL etc. In Nederland kwam Netchl meer en meer in zwang en bood vrijwel alle opties, die destijds gewenst waren. In ons omringende landen werden andere pakketten verder uitontwikkeld en zolang alle software nu maar met elkaar compatibel blijft, is daar ook niets op tegen. Het was en blijft een EXPERIMENTEEL netwerk op amateur-basis. Naast de interlinken beschikt iedere node over een of meerdere lokale opstappunten voor gebruikers. In eerste instantie werd daar alom 1200 baud als transmissiesnelheid gebruikt. (op de backbone op 23cm vaak 4800 baud en in een exceptioneel geval 9600 baud) 

Op 2 meter waren lap's uit den boze en derhalve konden experimenten met hogere baudrate's uitgevoerd worden op 70cm en 23cm, alhoewel 23cm nooit echt uit de verf is gekomen. Waar het interlink netwerk (waar de duplex methode werd toegepast - 1240/1290 MHz) redelijk gecoördineerd werd, ontstonden toch problemen op de lokale accesfrequenties, die er uiteindelijk toe geleid hebben dat er een gemeenschappelijk plan tot aanpassing is opgezet in samenwerking met Veron/VRZA: 70cm-PLAN97. Na vele beraadslagingen en overleg werd uiteindelijk een opzet gevonden, waar (vrijwel) iedereen mee kon leven en het besluit viel dan ook om het plan uit te gaan voeren. 

Heel Nederland stond even op zijn kop en gekerm en gejammer was niet van de lucht, maar TOCH is het plan tenslotte succesvol uitgevoerd en nu, anno 2001, weten we niet beter en kunnen er mee werken. Tegelijkertijd werden plannen voor 2 meter en 23cm gerealiseerd, waarbij het effect op 2 meter veruit het grootst was omdat ook daar nu een goede spreiding van de lokale poorten mogelijk werd en onderlinge storing of beïnvloeding tot een minimum beperkt werd. Naarmate de techniek voortschreed en apparatuur gebouwd kon worden om met hogere data-rate's de netwerkonderdelen met elkaar te kunnen verbinden, steeg ook het aantal nodes in de nodelijsten en is het voor de gebruikers steeds simpeler geworden om met ver weg gelegen stations een verbinding te maken. Daaraan gepaard ging de verdere uitontwikkeling van de nodesoftware en zien we nu heel andere systemen dan in het begin van de netwerkopzet. Met name Flexnet en Xnet en niet te vergeten AX, van eigen bodem, zijn veelgebruikte softwarepakketten, waarbij Netrom, Netchl etc. het veld hebben moeten ruimen omdat de nu beschikbare versies daarvan, niet meer bestand zijn tegen de massa's data en nodes in het systeem. Ongetwijfeld zullen in de naaste toekomst weer nieuwe hard- en software pakketten het leven zien en zal ook daarmee worden geëxperimenteerd.

Het streven naar steeds snellere interlinken en lokale poorten waar de gebruiker met hoge snelheid zijn data van het netwerk kan halen staat nog steeds hoog in het vaandel van PWGN, die zich er nu al 10 jaar voor inzet om dat doel voor iedereen bereikbaar te maken.

APPLICATIES.

Aanvankelijk was er slecht 1 applicatie, waarmee in feite packet radio begonnen was en die al voordat er sprake was van een amateur-netwerk volop actief was: de Mailbox. Mailboxen in vele soorten en maten en wie herinnert zich niet de eerste systemen, die op een Commodore 64 liepen, snel gevolgd door de eerste systemen op een echte PC (rli mbl etc) Ging het er in eerste instantie om, om een bericht tijdelijk lokaal op te slaan, zodat de geadresseerde het op een later tijdstip kon ophalen en lezen, wat later bleek de optie om het bericht van mailbox tot mailbox te transporteren tot het zijn eindbestemming bereikte, minstens even interessant en nu weten we niet beter. Aanvankelijk verliep de forwarding op initiatief van de mailbox of bbs, waar het oorspronkelijke bericht in was gedropt, die via vaak ingewikkelde en omslachtige forward-scripts trachtte om een bericht op de bestemming te laten aankomen. In combinatie met digipeaters ontstond zo een soort mailbox-netwerk, wat redelijk onafhankelijk functioneerde naast het digipeaternetwerk in oprichting. 

PWGN heeft zijn invloed en overredingskracht ingezet om daar verandering in aan te brengen en er voor te zorgen dat het forwardsysteem werd aangepast. Veel beter was het in een later stadium om gebruik te maken van de binnen het netwerk bekende routes en nodes, om niet zelf te trachten een collega bbs te bereiken, maar dat te doen volgens de hop-to-hop-methode, waarbij de ene mailbox zijn bericht slechts doorstuurt naar de daarvoor in aanmerking komende buur-mailbox, via netwerkroutes. Uiteindelijk belandt het bericht dan in de bbs van bestemming, zonder dat alle mailboxen hun eigen scripts laten lopen. Dat bleek goed te werken. Bij de meeste nodes is nu een mailbox in de directe omgeving te vinden en vaak zijn de mailboxen en nodes geconcentreerd op 1 locatie, zodat ze simpel gekoppeld kunnen worden. 

Nu zijn langzamerhand de mailboxen ware databanken geworden, waar niet alleen een persoonlijk berichtje kan worden uitgewisseld, maar waar ook berichten met nuttige informatie voor eenieder worden verwerkt en wereldwijd verspreid kunnen worden. Daarnaast bestaan er nog vele opties, zoals het on-line raadplegen van satellietdata, gebruikersgegevens en niet op de laatste plaats bevatten de meeste mailboxen nu een schat aan programmatuur, die (binair) die door de gebruikers op te halen is. Dat soort bestanden beslaat vaak honderden megabytes en is een bron van informatie voor de gebruiker, die niet zelf elders een programma moet gaan zoeken of een update op een bestaand programma. 

Helaas ondervindt packet radio een geduchte concurrent in het internet, maar velen zijn hun home-mailbox trouw gebleven en putten daar hun informatie uit. In de loop van de jaren hebben we heel wat systemen de revue zien passeren, elk met hun eigen voor- en nadelen. Momenteel zien we toch een Systeem, wat het wereldwijd 'gemaakt' heeft: F6FBB en de ontwikkeling daarvan gaat nog steeds verder. Een tweede applicatie is DXCluster, van origine uit de USA overgewaaid, aan de kant gegooid om later weer opgepakt te worden. Een systeem, wat voor de ras-Dx'er een uitkomst biedt bij zijn zoektocht naar exotische of gewilde stations, op welke band dan ook. Feitelijk is DXCluster een 'on-line' bbs, die telkens 1 regel met data doorstuurt naar de volgende DXclusters, daarbij gebruik makend van de routeringen in het netwerk. Als gebruiker log je in en daarna ontvang je DX meldingen zodra die door het systeem worden ontvangen. Een adequaat filtersysteem, door de gebruiker zelf in te stellen. Draagt er zorg voor dat de gebruiker alleen die info krijgt, die hij ook wenst. 

Naast de originele software, die ook weer tegen grof geld moest worden gekocht in de USA, zijn er momenteel een aantal systemen actief, waarbij de kosten nagenoeg nihil zijn: CLX en Clusse zijn de meest gebruikte. Echt indrukwekkende ontwikkelingen in het systeem of de software, zoals die plaatsgevonden hebben bij de reguliere store- en forward-mailbox-systemen zijn hier nauwelijks te melden en inmiddels draait het systeem al jaren stabiel met een handje vol DXclusters voor heel Nederland. Een verdere toepassing, die nu actueel is, is een mix van netwerksysteem en applicatie: APRS. Ook weer een oud systeem, wat na eerst aan de kant te zijn gegooid als 'niet interessant', nu weer volop in de belangstelling staat. Dat mede door de betere verkrijgbaarheid van GPS-units, die voor mobiel gebruik onontbeerlijk zijn. 

Bij APRS wordt via een min of meer flexibel digipeatersysteem de positie (met eventueel wat extra data) van een mobiel station doorgestuurd binnen het fluctuerende netwerk. Geschikte software zorgt er voor dat die positie netjes op een kaart wordt ingevuld en voor een toeschouwer is dan het verloop van de reis van het mobiele station mooi te volgen. Jammer dat er zo weinig mobiele stations zijn en de meeste stations, die op de kaart verschijnen, vaste stations zijn. In de loop van de komende jaren zullen er naar alle waarschijnlijkheid voldoende goedkope GPS-units beschikbaar komen om meer stations mobiel te activeren of heeft straks elke auto standaard een GPS-systeem ingebouwd en kan daar simpel een amateursetje aan gekoppeld worden ??? Wie weet is dat het eind van de lol... Momenteel is er echter nog volop te ontwikkelen en wordt de programmatuur steeds fraaier. Ook kleine zelfbouwsetjes zijn alom verkrijgbaar en in gebruik. 

TENSLOTTE.

Ik ben me ervan bewust een aantal zaken niet belicht te hebben, met name TCPIP, LINUX mogelijkheden en pakketten als JNOS etc ... Daarnaast ben ik bewust niet nader ingegaan op de ongelooflijke groei in ontwikkeling van gebruikerspakketten voor packet-signalen. Dat zou veel te ver gevoerd hebben. Meer is aangegeven welke trends er de afgelopen 10 jaar geweest zijn en wat daarin in vele gevallen begeleid is door PWGN. 

PWGN staat nog steeds voor ondersteuning en promotie van alle digitale datacommunicatie en voorlopig zijn we wat dat betreft nog lang niet aan het eind van ons Latijn. Digitale Radio heeft de toekomst, al kan het best zo zijn, dat op langere termijn deze vorm van radio geïntegreerd gaat worden in een van de standaardverenigingen omdat het als logisch onderdeel van de radiohobby gezien gaat worden. Dat was aanvankelijk zeker niet zo! Vele experimenteerders van het eerste uur zijn voor volslagen gekken uitgemaakt, totdat bleek dat er wel degelijk heel wat mogelijk was met digitale radiocommunicatie. Als we de kaart van PLAN89 goed bekijken, zien we dat we dat plan nog steeds niet ten volle uitgevoerd hebben en dat het netwerk nog niet landdekkend is. Dat zullen we toch als einddoel in het oog moeten blijven houden. Dat niet alle delen van Nederland bereikbaar zijn ligt vaak aan het feit dat er geen of weinig lokale activiteit is in zo'n gebied en dat ondanks het feit dat PWGN best wel wil sponsoren, er niets te sponsoren valt. 

Binnen de gelederen van PWGN is de afgelopen 10 jaar een berg werk verzet en zonder namen te moeten noemen, weten we allemaal wel wie zich voor het goede doel hebben ingezet en dat zullen blijven doen. Veel sysops hebben dermate veel geïnvesteerd in hun systeem dat ze het als een eigen kind zijn gaan beschouwen en dat niet willen loslaten. Daar ligt dan ook de gelegenheid om het totaalsysteem verder uit te werken tot een gesmeerde machine. Mede namens het huidige bestuur, dank ik alle ex-bestuursleden voor hun inzet de afgelopen 10 jaar en datzelfde geldt voor iedereen, die zich binnen de vereniging actief met het netwerk en zijn applicaties heeft bezig gehouden. Laten we er met zijn allen voor zorgen dat het doel wat we in 1991 hebben gesteld binnen afzienbare tijd gehaald gaat worden: Een naar de stand van de techniek goed landdekkend netwerk met adequate applicaties, waar elke radioamateur naar zijn genoegen mee kan werken.

Hans Weijers. PA0HWB.

 

 


 

 

 

Home | Aktiviteiten | ECHOLINK | DSTAR | PWGN

Laatste update : 13 February 2005